Bowden Harbor, Jamaica 16-1 / 27-1

Het is prachtig weer als we opstaan, de top van de Blue Mountains is duidelijk te zien en wacht op ons. De tocht naar de lodge is al een avontuur op zich, nadat we de dinghy aan het ponton hebben gelegd gaan we volledig bepakt en bezakt te voet richting de bushalte. De top van de Blue Mountains ligt op ongeveer 2200 meter en de verwachte temperatuur is tussen de 8 en de 12 graden. We hebben aan boord ieder maar één lange broek maar ik heb ook nog mijn thermo ondergoed dus dat sleep ik ook nog mee en natuurlijk een muts en regenjas. Maar we kunnen nog starten op onze slippers en in korte broek.

Een rastafarian man geeft ons een appeltje voor onderweg mee, hij plukt ze voor ons en wenst ons een fijne tocht, man. De bus naar Morant Bay doet er zo’n 20 minuten over, we doen wat inkopen, op de berg is geen elektra en uitgezonderd koffie en een biertje is er niets te krijgen. De lampen branden op kerosine en de koelkast ook, echter bij aankomst blijkt deze het ook niet te doen maar onze flessen kunnen in een emmer water buiten toch koelen 🙂 . Als we hebben ontdekt waar we de bus, minivan, naar Cedar Valley kunnen nemen, duur zo’n 1,5 uur blijkt dat de weg slechter wordt, een lange levensduur voor je auto kun je hier wel vergeten maar de bestuurder kent zijn auto erg goed en de meeste kuilen worden vermeden.

Het is wel lastig om je patty te eten 🙂 . Daarna overstappen op een fourwheel drive jeep, Ronald is helemaal lyrisch over de jeep. De weg wordt nog slechter terwijl we verder naar boven rijden, we rijden van tijd tot tijd door een riviertje,  maar de omgeving is fantastisch.

Uiteindelijk komen we bij onze lodge, Withfield Hall aan en kunnen we onze vermoeide armspieren rust geven. We worden ontvangen door Everton die alles voor ons regelt, een heerlijk kopje koffie zet en ook het avondeten maakt.

Het haardvuur gaat niet aan deze avond want Everton heeft wat stress, er moeten ook nog koffie bonen gebrand worden en als we willen kunnen we na de maaltijd wel komen kijken en helpen.

De volgende dag gaan we op weg, het waait behoorlijk maar zodra we de berg opgaan hebben we het meteen warm. Het is 1000 meter stijgen over een lengte van 8 kilometer dus een stijgingspercentage van 12,5% en dat op zich is niet erg. De zwaarte ligt in het feit dat je alleen maar stijgt, bijna 3 uur lang alleen maar omhoog lopen dat is zwaar voor je spieren.

We halen droog de top en zijn blij dat we er zijn, helaas geen uitzicht en na even gezeten te hebben begint het te regenen. Dus in de regen naar beneden, dat gaat sneller maar onze knieën protesteren heftig op het laatste stuk, de Jakobsladder. Het was afzien van tijd tot tijd, we zijn drijfnat, maar heerlijk om dit te kunnen doen en we worden beloond met een haardvuur.

 

Als we naar bed gaan hangen we onze natte kleren voor het vuur maar de volgende dag zijn ze nog veel natter, onze droge kleren ook trouwens. De vochtigheid is hier immens en na een heerlijk ontbijt nemen we afscheid van Everton en gaan we terug naar beneden en kunnen we onze spieren lekker laten opwarmen. De temperatuur op de boot is 28 graden, wel mijn lichaam vindt dat toch wel prettiger. Na een paar dagen zijn we weer fit genoeg om een paar klusjes te doen.

Een gedachte over “Bowden Harbor, Jamaica 16-1 / 27-1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *