St. Thomas, USVI 03-04 / 16-04

En weer een stukje verder naar het oosten komen we aan op de St. Thomas, onderdeel van de Amerikaanse Maagden Eilanden (USVI). We ankeren in de kom van Hassel Island in helder blauw water en liggen lekker beschut. Er komt wat meer wind aan en dit is een prima plek om een aantal dagen te blijven, natuurlijk weer boodschappen doen. Je steekt de baai over in de dinghy en legt deze in de dinghy dok van de haven neer en binnen 10 minuten sta je bij de Pueblo binnen en daar hebben ze zelfs blauwschimmel kaas 🙂 . Ook de Ace, soort Praxis, is in de buurt en ondanks het feit dat we niets nodig hebben lopen we toch even naar binnen en blijft er natuurlijk wat plakken. De verhalen gaan dat de USVI’s duur zijn maar tot nu toe hebben wij daar nog niet echt iets van gemerkt. Een fles Barefoot wijn voor U$ 5,99 vinden wij niet echt duur en de koers van de dollar/euro is lekker in ons voordeel.

Als we op ons achterdek zitten landen de watervliegtuigjes net voor ons, spectaculair om te zien en in de verte komt een cruise schip tussen de eilandjes door waar ook wij tussendoor zijn gevaren, dan zie je pas hoe enorm die schepen zijn.Ook bezoeken we Charlotte Amalie, een leuk stadje maar het oude gedeelte is volledig gevuld met winkeltjes die ingericht zijn op de bezoekers van de cruise schepen maar we kunnen heerlijk op een terrasje zitten met een kop koffie en mensen kijken, ook lang niet gekund 🙂 .

Uitklaren bij de Douane, het plan is om naar de Britse Maagden Eilanden (BVI) te zeilen, is echt niet nodig zegt de vriendelijke beambte, ons boek zegt dat we het wel moeten doen maar hij weigert, het is niet nodig 🙂 , dus wijzigen we ons plan en gaan eerst St. John bezoeken, 2/3de van het eiland is nationaal park en het moet er prachtig zijn.Een tussenstop in Christmas Cove, een particulier eiland waar je mag ankeren en waar gratis moorings liggen, je mag alleen niet aan land. Er is wel een Pizza Pie boot waar je pizza kan bestellen, de schildpadden komen ons iedere dag begroeten en ook dolfijnen komen een kijkje nemen. ‘s-Avonds is de baai verlicht, niet door lantaarnpalen maar door de led verlichting op alle schepen.

Natuurlijk is het ook weer gezellig met boten die wij al kennen en weer tegenkomen. We zijn allemaal lid van de Ocean Cruising Club (OCC) en als je vlaggetje wappert heb je zo weer een aantal gezellige avonden.

Als we de volgende dag verder willen gaan blijkt dat de start accu het loodje heeft gelegd, dus in plaats van naar St. John gaan we terug naar Charlotte Amalie om een nieuwe batterij te halen. Starten kunnen we op de huishoud accu’s maar dat is niet ideaal, het is niet voor niets gescheiden. Een dag later hebben we onze accu al maar nu is de kabel van de VHF kaal, gelukkig ontdekken we ook dit op tijd en de scheepswinkel van Crown Bay Marina heeft elektra kabels genoeg. De boot is een grote puinhoop maar aan het eind van de dag is ook dit euvel verholpen en doet de VHF het better than ever. Vandaag nog even opruimen en een beetje luilakken en dan kunnen we morgen eindelijk naar St. John, we mikken op Lameshur Bay.

Vieques, PR 17-3 / 25-3 Culebra, Puerto Rico 26-3 / 2-4

Voordat we in de baai voor Esperanza op Vieques aankomen stoppen we voor Isla Caja de Muertos om helder blauw water en wit zandstrand gevoel te krijgen. De dolfijnen verwelkomen ons als we achter ons anker liggen, dat we op de bodem kunnen zien liggen, we zijn blij dat we uit de haven zijn.

 

Op onze motor (zeil) tocht, ja we gaan nog steeds oost, denken we een Barracuda,of zou het een Wahoo zijn, gevangen te hebben. Deze gooien we terug vanwege het vergif (ciguatera) dat deze vissen bij zich dragen en waar je als mens erg ziek van kunt worden. In deze regio kun je er op rekenen dat de Barracuda dit vergif bij zich heeft. Esperanza is een leuk plaatsje en Duffy’s is de plek waar je als zeiler moet zijn, het eten is er heerlijk. Er zijn echter niet veel bootjes in de baai en veel gelegenheden zijn nog gesloten vanwege de orkaan die hier is overgekomen.

De wilde paarden lopen door het dorp, geweldig om te zien, ze kennen alleen geen verkeersregels maar iedereen hier houdt er rekening mee. Er staat we een swell die de baai binnenkomt, maar daar hebben we in de pilots niets over gelezen dus wellicht hebben we pech. Ook in Ensenada Sun Bay (de baai aan de andere kant van het rif) komt de swell binnen en is het wat oncomfortabel zeker tijdens de nacht, maar we liggen voor een prachtig wit strand in helder blauw water. Als we gaan hiken blijken er paden niet meer te zijn maar met de app maps.me kunnen we onze weg vinden naar alle mooie plekjes hier in de omgeving.

Samen met Time after Time, Al, Francine en hond Mizzen die speciaal voor ons een omweg hebben gemaakt om ons in Viequez te zien, hiken, kletsen, kaarten we en slinkt de wijnkelder, kortom we hebben hier een geweldige tijd. Na ruim een week op Vieques te zijn geweest gaan we  motor (zeilend) naar Culebra. Dit is een klein eiland tussen het grote eiland van Puerto Rico en de Amerikaanse Maagden Eilanden en erg populair bij de Puerto Ricanen zelf. En ja we vangen weer twee Wahoo’s , deze keer gooien we ze niet terug en we maken ze meteen schoon. Na nog eens goed gekeken te hebben blijken het tja ……. Barracuda’s te zijn, die gaan we echt niet opeten.

Maar de plaatjes zitten nu goed in ons hoofd en de volgende keer gaan we die vergissing niet meer maken. Wahoo heeft strepen en een lange rugvin en een Barracuda heeft ook nog stippen en een korte rugvin. Ook Culebra is erg mooi, we liggen in Ensenada de Honda, erg rustig, geen swell en we kunnen zelfs met de dinghy naar het dinghy dok bij de supermarkt. Het is toeristisch maar dan vooral bij de mensen uit Puerto Rico zelf die met de ferry voor een dagje of met de motorboot oversteken van het grote eiland. Het eiland is ongeveer 14 bij 7 kilometer lang en dus goed te bewandelen maar je kunt ook een Jeep of een golfkar huren en zo het eiland rond.

Samen met Time after Time en ook Mr. X, een gedeelte van onze oude Hash club uit Grenada,  houden we ons bij het wandelen, hebben prachtige uitzichten, uitdagende wandel paden en komen uit in prachtige baaien. Het straat eten is hier ook prima, in plaats van een pizzatruck hebben ze hier een varken aan het spit truck, lekker!!!! Inkopen kun je hier prima doen en met de koelkast vol vertrekken wij morgen naar de Amerikaanse Maagden Eilanden, te beginnen op St. Thomas.

Puerto Rico, 26-2 / 16-3

Na een mooie (motor) zeiltocht onder de kust van Haïti en de Dominicaanse Republiek komen we na 5 dagen in Puerto Rico aan. We belanden in een totaal andere wereld, in plaats van vissers in uitgeholde boomstammen slalommen we hier tussen de peddel boarders en de waterscooters door de haven in. We hebben hier een afspraak met Luis Santos die ons kan helpen aan de onderdelen voor onze watermaker, binnen twee dagen wordt alles wat je besteld bezorgd. Moet je natuurlijk eerst wel zorgen dat je weet wat je moet bestellen en daarvoor is belangrijk dat we Luis naar onze boot krijgen.

We bouwen de watermaker uit en wachten, wachten, wachten …. en daar is Luis met alleen een eindkap, wel we kunnen er verder mee.

Hij hoont de buizen, met een apparaat de binnenkant weer glad maken, vervangt de o-ringen en de klemringen en dan kan Ronald hem eindelijk inbouwen en testen. En hij doet het weer, druk goed, geen lekkage en hij klinkt goed.

Op de boardwalk hier rond de haven is het erg gezellig en we genieten dan ook weer van het eten en de muziek. Muziek is hier alom aanwezig en er wordt gedanst en gezongen door een band maar mensen doen ook spontaan mee. Héctor Lavoe is hier geboren en hij heeft de salsa op de kaart gezet en zijn muziek wordt ook door de jeugd hier nog gedraaid en natuurlijk zoals het een groot artiest betaamd is hij op al jonge leeftijd (46) overleden, drugs, seks and salsa ……

Wanneer we voor anker willen gaan blijkt de ankerlier niet te werken, balen. Het kost ons anderhalve dag met meten (want meten is weten, 🙂 als een boer die kiespijn heeft) om te ontdekken dat we een slecht min contact hebben waardoor er een groot verlies van stroom is. We besluiten, omdat we nog niets van Puerto Rico hebben gezien, het membraan voor de watermaker via internet te bestellen en nog even in de haven te blijven liggen. We hebben een auto gehuurd bij Popular Auto, er staan 4.000 kilometer op de teller, voor nog geen US$35,- per dag, dat rijdt fantastisch. We bezoeken Old San Juan, de hoofdstad van Puerto Rico, prachtig. Overal waar we komen worden we aangesproken en wordt er trots over hun land gesproken, de mensen zijn hier erg spontaan.

De volgende dag naar het droge bos om te hiken, wel het is niet zo droog en we worden lek gestoken door de muggen maar het is leuk om een ander stukje van het land te zien en geweldig om weer een flinke wandeling te maken.

Laatste dag natuurlijk naar Ponce, de oude brandweerkazerne is een moetje hier en hij is inderdaad prachtig. Ook een erg mooie stad en de koffie die hier in Puerto Rico in de bergen boven Ponce wordt geteeld is erg lekker. Op dit moment zijn de koffiestruiken nog herstellende van orkaan Irma maar ons wordt verzekerd dat ze op dit moment al weer aardig aan het groeien zijn. Ook het regenwoud heeft te leiden gehad van Irma, het gebied is weer toegankelijk maar nog niet geweldig om te zien. Reden om nog een keertje terug te komen.

Natuurlijk ook weer boodschappen gedaan, de wijnkelder was helemaal leeg en hier is er weer van alles te krijgen. De groente en fruitmarkt in Ponce op zaterdag gaan we helaas missen want morgen gaan we richting Vieques en weer lekker voor anker.

Ile a Vache, Haïti 16-2 / 25-2

Wel, het originele plan om naar Bahia las Aguillas te gaan is gestrand. Het weergat dat we uiteindelijk krijgen is geslonken van een gat van vier dagen naar twee dagen en daarmee komen we uit in Ile à Vache. Vlak voordat we vertrekken begint de watermaker te lekken en blijkt er een scheur te zitten in de kop van de cilinder, niet te repareren. Oplossing is: de watertank volgooien met water en terug naar het leven dat we hadden voordat we een watermaker. Met onze tanks vol (500 liter) kunnen we het wel drie tot vier weken volhouden maar dan merk je pas wat een luxe onbeperkt toegang tot water is. In Puerto Rico kunnen we aan onderdelen voor onze watermaker komen en we hebben via de mail al contact gehad, binnen twee dagen zouden de onderdelen er kunnen zijn. Onze tocht naar Ile à Vache valt gelukkig mee, de golven zijn niet te hoog, er is meer wind dan voorspeld maar dat lijkt altijd wel zo te zijn. We kunnen hoog aan de wind varen met alle vier de zeilen op, een plaatje, de bezaan houdt het schip lekker stabiel, eindelijk weten we waarvoor we hem kunnen gebruiken. Toch komt er onverwacht nog een knoopje of 30 opzetten en als we het zeil van de bezaan naar beneden halen zetten de golven Ronald op het verkeerde been en ….. een grote scheur in het zeil. Dat wordt repareren want op onze komende koersen, hoog aan de wind, kunnen we hem niet meer missen.

Als we op Ile à Vache aankomen worden we ingehaald door bekende in hun boomstamkano’s en allerlei diensten worden weer aangeboden, ze kennen ons nog van de vorige keer. ’s-Avonds zitten we al aan de langouste, een uurtje daarvoor gevangen door een van de vissertjes hier, met salade uit Jamaica, een cadeautje.

De reparatie van het bezaanzeil gaat ook goed, gedeeltelijk met de hand en een stukje met de machine. Het materiaal waarmee we het zeil repareren is een oud zeil van Wild Bird dat we hebben gekregen om tassen van te maken. Ik was er nog niet aan toegekomen om de tassen te maken en nu komt het perfect van pas.

Er lijkt een geweldig weergat aan te komen eind van de week. Een depressie op de noord Atlantische oceaan zuigt alle wind hier weg en als je oost gaat dan is er minder wind om tegenin te hoeven boxen. We gaan de Dominicaanse Republiek overslaan en rechtstreeks naar Puerto Rico, het wordt een tocht van 5 dagen. Woensdag haalt Davide, onze favoriete boat boy, nog 65 liter diesel voor ons op het vaste land (grote eiland Haïti) want dat is hier niet te koop, auto’s rijden er niet je ziet alleen een brommertje rijden. Donderdag gaan we met Davide, naar de markt om inkopen te doen voor de komende week, een wandeling van ruim een uur heen en ook weer terug in een flink tempo. Over de heuvelkammen maar ook langs de zee.

De naam Ile à Vache (eiland van de koe) is niet voor niets, we zien koeien de zee ingeleid worden naar een klein zeilbootje, zonder motor, om op het grote eiland verkocht te worden.

Ze zetten de poten op de boot, draaien aan de staart en dan hupt hij de boot in, er gaan er zo vier op, voor de begeleiders blijft niet veel plaats over. Op de markt is van alles te koop, veel groenten in mindere mate fruit maar ook kleding, schoenen en kip. Je kunt ook levende have kopen zoals een varkentje dat je dan op de pakkendrager van je brommer kunt binden, je moet dan wel tegen het gekrijs kunnen 🙂 .

Ile à Vache is zeker een stop waard, zandstrand, palmbomen en blauw water, vissers die vis en kreeft verkopen en ’s-nachts is het echt donker.

Er is geen elektriciteit op het eiland, en men is afhankelijk van stroom van kleine zonnepaneeltjes waar ze hun mobiele telefoon mee kunnen opladen. Maar natuurlijk is er wel internet en kun je een datakaartje kopen 🙂 🙂 .

Bowden Harbor, Jamaica 28-1 / 11-2

Jamaica bevalt ons erg goed, zeker de oostelijke kant die meer agrarisch is. De vissers hier vissen nog in de roeiboot en slaan met de peddels op het water om de vissen aan te trekken. Er is een overvloed aan groenten en fruit en het is steeds een feest om op de markt onze inkopen te doen. Maar ook is het tijd om verder te trekken maar het weer houdt ons nog even in Jamaica. We hebben “jerrykannen”, lege bakolie flessen, gekocht om extra diesel mee te nemen, we weten niet hoeveel we zullen moeten dieselen. Het is echter geen straf om wat langer hier te blijven,het is erg gezellig met  Migrator en Rhapsody hier in de baai. We willen nog wat materialen voor de boot kopen en in Port Antonio is een haven en wellicht ook een bootwinkel. We gaan via Morant Bay naar Port Antonio want anders is er geen plaats in de bus voor ons, Rhapsody en Migrator en na een mooie tocht langs de oostkust bereiken we Port Antonio. Het is duidelijk een rijker gedeelte van Jamaica met mooie villa’s en natuurlijk de Blue Lagoon waar de film Ten is opgenomen maar geen bootspullen winkel. Dus wandelen we wat rond, eten Jerk chicken bij Piggy 🙂 en een ijsje bij Devons.

Het Bob Marley museum mogen we natuurlijk niet missen en samen met Rhapsody maken we er een Nederlands uitje van. We komen lekker in de stemming als onze taxi chauffeur een cd van Bob Marley op zet en nog even stopt langs zijn standbeeld. Het is indrukwekkend wat Bob Marley heeft gepresteerd in zijn korte leven, hij is overleden op 36 jarige leeftijd, maakte 300 nummers in de periode, 9 jaar, dat hij muziek maakte en had contact met wereldleiders maar ook de arme Jamaicaan kon bij hem langskomen om een praatje te maken.

Na de stad weer aandacht voor de innerlijke mens, we gaan garnalen vissen. Migrater heeft een net dat je kunt uitwerpen en als je het ophaalt zouden er garnalen in kunnen zitten, kansloos! De vissers die op de kant toekijken, zien ons hannesen en bieden ons hun eigen net aan met de nodige aanwijzingen. Het is zwaar werk en ja we vangen maar liefst 3 garnalen 🙂 .

Collar (Richard) vraagt ons waarom we niet naar de bar komen van zijn broer, hij is DJ en zal de muziek verzorgen. Oké, maar kunnen we dan ook een hapje eten, dat wordt natuurlijk geregeld en de volgende dag om 17.00 uur gaan we naar de bar. De muziek schalt ons reeds toe, oordoppen gewenst zeker als aan de andere kant van de straat een auto de kofferbak opendoet die vol met boxen zit en de muziek nog een tikkie harder zet. Het is een geweldige avond, het eten is heerlijk, Collar onze DJ is ook de kok en aan het eind van de avond komen de vissers allemaal meezingen met de beat van de muziek, Ronald kan natuurlijk niet achterblijven en beat het welbekende lied zwarte piet ging eens fietsen 🙂 (het filmpje plaatsen we binnenkort).

Nog altijd werkt het weer niet mee en blijven we nog even in Bowden Harbor. Brimbelle en Livingstone zijn de afgelopen week aangekomen, zij gaan ook naar het oosten, en we plannen om naar de Reach Falls te gaan. Dat stond ook nog op ons wensen lijstje. De propper van de bus heeft contact opgenomen met een vriendje en deze staat op ons te wachten als we de bus uit stappen. We kunnen kiezen, met hem meegaan en veel watervallen zien of US$ 10,- betalen en via de weg naar de grootste waterval gaan. Dat is dan de enige die we gaan zien. We gaan met Dorian mee en hebben geen moment spijt. We klauteren langs en over het water en gaan uiteindelijk ook door het water. Het is geweldig, mooi, spectaculair en fantastisch. De stenen zijn niet glad in de watervallen en het water is kristal helder, wanneer we op de bus wachten worden we ook nog onthaald door een lokale rastafarian Asher Lion die een lied dat hij zelf heeft geschreven voordraagt van zijn album Top Road, een cadeautje.

Dan is het de tijd om Jamaica te verlaten, het weer ziet er prima uit om vrijdag de 16de  februari te gaan. Het kan een dagje eerder of later worden maar dan gaan we richting Haïti en proberen we Bahia de las Aguilas te bereiken in de Dominicaanse Republiek. Het is een verlaten baai met helder water en witte stranden, onze beloning, we hebben er zin in, maar eerst hoog aan de wind tegen de golven en stroming in, ons een weg daar heen knokken. Vanmiddag worden we nog verwend door Brimbelle met flensjes en morgen voor het laatst nog een keer Domino, daarna gaat ons kleine dorp uit elkaar vallen. We zullen elkaar gaan missen maar wie weet waar we elkaar weer treffen 🙂 .

Bowden Harbor, Jamaica 16-1 / 27-1

Het is prachtig weer als we opstaan, de top van de Blue Mountains is duidelijk te zien en wacht op ons. De tocht naar de lodge is al een avontuur op zich, nadat we de dinghy aan het ponton hebben gelegd gaan we volledig bepakt en bezakt te voet richting de bushalte. De top van de Blue Mountains ligt op ongeveer 2200 meter en de verwachte temperatuur is tussen de 8 en de 12 graden. We hebben aan boord ieder maar één lange broek maar ik heb ook nog mijn thermo ondergoed dus dat sleep ik ook nog mee en natuurlijk een muts en regenjas. Maar we kunnen nog starten op onze slippers en in korte broek.

Een rastafarian man geeft ons een appeltje voor onderweg mee, hij plukt ze voor ons en wenst ons een fijne tocht, man. De bus naar Morant Bay doet er zo’n 20 minuten over, we doen wat inkopen, op de berg is geen elektra en uitgezonderd koffie en een biertje is er niets te krijgen. De lampen branden op kerosine en de koelkast ook, echter bij aankomst blijkt deze het ook niet te doen maar onze flessen kunnen in een emmer water buiten toch koelen 🙂 . Als we hebben ontdekt waar we de bus, minivan, naar Cedar Valley kunnen nemen, duur zo’n 1,5 uur blijkt dat de weg slechter wordt, een lange levensduur voor je auto kun je hier wel vergeten maar de bestuurder kent zijn auto erg goed en de meeste kuilen worden vermeden.

Het is wel lastig om je patty te eten 🙂 . Daarna overstappen op een fourwheel drive jeep, Ronald is helemaal lyrisch over de jeep. De weg wordt nog slechter terwijl we verder naar boven rijden, we rijden van tijd tot tijd door een riviertje,  maar de omgeving is fantastisch.

Uiteindelijk komen we bij onze lodge, Withfield Hall aan en kunnen we onze vermoeide armspieren rust geven. We worden ontvangen door Everton die alles voor ons regelt, een heerlijk kopje koffie zet en ook het avondeten maakt.

Het haardvuur gaat niet aan deze avond want Everton heeft wat stress, er moeten ook nog koffie bonen gebrand worden en als we willen kunnen we na de maaltijd wel komen kijken en helpen.

De volgende dag gaan we op weg, het waait behoorlijk maar zodra we de berg opgaan hebben we het meteen warm. Het is 1000 meter stijgen over een lengte van 8 kilometer dus een stijgingspercentage van 12,5% en dat op zich is niet erg. De zwaarte ligt in het feit dat je alleen maar stijgt, bijna 3 uur lang alleen maar omhoog lopen dat is zwaar voor je spieren.

We halen droog de top en zijn blij dat we er zijn, helaas geen uitzicht en na even gezeten te hebben begint het te regenen. Dus in de regen naar beneden, dat gaat sneller maar onze knieën protesteren heftig op het laatste stuk, de Jakobsladder. Het was afzien van tijd tot tijd, we zijn drijfnat, maar heerlijk om dit te kunnen doen en we worden beloond met een haardvuur.

 

Als we naar bed gaan hangen we onze natte kleren voor het vuur maar de volgende dag zijn ze nog veel natter, onze droge kleren ook trouwens. De vochtigheid is hier immens en na een heerlijk ontbijt nemen we afscheid van Everton en gaan we terug naar beneden en kunnen we onze spieren lekker laten opwarmen. De temperatuur op de boot is 28 graden, wel mijn lichaam vindt dat toch wel prettiger. Na een paar dagen zijn we weer fit genoeg om een paar klusjes te doen.

Bowden Harbor, Jamaica 1-1 / 15-1 2018

Oud en nieuw is rustig aan ons voorbij gegaan. We hebben wel muziek op het land gehoord maar om 24.00 uur was dat ook opgehouden en vuurwerk was er helemaal niet. Op nieuwjaarsdag is alles gewoon open en de vis ”boer” heeft een goede vangst en verser dan dat kan het niet, het is Wreckfish en we eten het met Okra een soort boon. Deze is goed voor je gewrichten en zorgt voor sterke spieren wordt ons verteld, hij kan echter met het stomen slijmerig worden maar wij hebben hem gewokt en hij is niet slijmerig geworden maar mooi krokant gebleven. De smaak zit tussen groene boontjes en tuinbonen in.

Natuurlijk wat klusjes, de zon schijnt, geen wind en golven dus bij uitstek het geschikte weer om onze dieseltanks eindelijk wederom aan te pakken. Het rubber dat we speciaal uit Nederland hadden meegenomen en dieselbestendig zou zijn is dat dus niet. Het ging helemaal korrelen en de diesel lekte er tussen door en dat is niet leuk. Zeker niet omdat we de tanks in Curaçao helemaal leeg hebben gehad, schoongemaakt hebben. We hebben nu de luchtafvoer gelijmd met staal epoxy lijm, gaat nooit meer los en je kunt er een auto aan op tillen en kurk tussen de afdichting bij het mangat. Onder de bouten waarmee je het mangat dichtdraait hebben we koperen ringetjes gelegd zodat het koper dat wat zachter metaal is de gaten hermetisch kan afsluiten. We moeten de tank nog afvullen maar het weer werkt niet mee.

De stalen gastank hebben we nog een verfje kunnen geven, hij begon na twee maanden al te roesten, en we hebben een hoes ter bescherming gemaakt. Onze 2000 watt omvormer hebben we ook geïnstalleerd, weer een vinkje van onze lijst af. Daarna begon het te regen en niet een tropisch buitje nee wel een week continue een tropisch buitje. In het gebied waar wij zitten zijn de wegen overstroomd, gelukkig hebben wij genoeg eten in huis en hoeven we niet door dit weer naar de markt of het dorp dat is niet te doen zonder nat te worden en onder de modder te komen zitten.

Het regen ofwel zonnescherm krijgt een hoge prioriteit. We hebben wat problemen met de hoeveelheid water die de watermaker maakt en de accu’s raken met al die bewolking ook niet vol. Dus aan de slag tegen de tijd dat het klaar is zal het wel stoppen met regenen 🙂 , en dat klopt gelukkig ook. Want met zoveel regen is ook de Fairy Queen wel erg klein, bovendien en dat kan niet anders met deze hoeveelheid regen hebben we hier en daar ook wat kleine lekjes en die kunnen we alleen aanpakken als het droog is.

Na regen komt zonneschijn en de slager heeft rundvlees, het maakt niet uit welk stuk je wilt hebben het kost allemaal JA$ 600 per kilo (ongeveer € 4,20) en we krijgen twee mooie T-bone steaks. We hebben nog een prima rood wijntje uit Curaçao, die is hier erg duur, en we genieten van dit heerlijke stuk vlees. Inmiddels zijn er weer vrienden aangekomen in onze baai dus we hebben weer een druk sociaal leven. Migrator en Rhapsody liggen hier nu ook en samen gaan we morgen (17de) naar een lodge op de Blue Mountain om vandaar naar de piek te lopen. Het is hier erg veilig, we liggen hier voor het douane kantoor en ook de waterpolitie heeft hier een boot. Warren, de politieman, en Ronald zijn beste maatjes :)”:) en hij gaat tijdens onze afwezigheid een extra oogje op onze boten houden.

 

Bowden Harbour, Jamaica 15/12 – 31/12

Na een paar dagen gaan we al weer door naar Jamaica, we kunnen gelukkig het hele stuk zeilen en de motor hoeft alleen maar aan om de baai in te kunnen varen. Bowden Harbour ligt in een niet toeristisch gedeelte van Jamaica en als we ons anker uitgooien mogen we naar de wal om in te klaren bij de douane, ‘s-avonds om 19.00 uur komt de immigratie nog langs en de volgende ochtend om 7.30 uur stapt de dame van quarantaine aan boord. Dan zijn alle formaliteiten voltooid en mag de gele vlag naar beneden en de Jamaicaanse vlag omhoog. Inklaren in Jamaica is gratis zolang je niet buiten kantooruren aankomt of in het weekend. De volgende dag gaan we naar Morant Bay je kunt met het busje of de route taxi hier naar toe. In een busje van 12 personen zit je uiteindelijk met 19 dus een route taxi is veel comfortabeler en je betaald dezelfde prijs. Internet is geen probleem als er tenminste simkaarten zijn 🙂 ,  bij Digicel waren de simkaarten op, komen maandag weer wellicht maar bij Flow hebben ze nog wel simkaarten. Voor 3GB betaal je 2250JA$ 100 Jamaica $ is ongeveer € 0,70, dus dat valt wel mee. Er is een grote markt waar heel veel groente en ook allerlei fruit te koop is, en we slaan ananas, sterappels, sinasappels in, heerlijk een vitamine shot en natuurlijk even lunchen.

De mensen zijn ongelofelijk vriendelijk, wij kunnen het hier nog wel een tijdje volhouden. Nu we internet hebben kunnen we ook gaan regelen dat de MDI wordt verzonden naar Jamaica, daarvoor moeten we naar Kingston toe omdat daar een FedEx kantoor is. We krijgen van Volvo Penta Twee MDI’s toegestuurd zodat we meteen een reserve MDI hebben, ze blijken toch wat kwetsbaar te zijn. In no-time zijn deze in Kingston maar dan blijkt dat je nog een formulier moet geven aan FedEx zodat zij het kunnen importeren voor je. Maar eerst komt de kerst nog tussen door. Ons is verteld dat er groot feest is op het square, een kruispunt van wegen, en dat daar de hele dag eten, muziek en drinken is. We gaan om half twee naar de kant maar het is uitgestorven, kerstavond hebben we de bassen van de muziek nog tot in de ochtend uren gehoord dus iedereen zal nog wel in bed liggen.

Wel een aangepast kerstdiner dus, kip en vlees met bonen en rijst uit een piepschuim bakje, lekkerrrr!! Na ons kerstdiner nog een heerlijke wandeling gemaakt naar een klein dorpje aan de andere kant van de berg, Old Pera. Als we daar een drankje nemen worden de boxen voor het feest van eerste kerstdag opgebouwd. Als je daar tussen staat weet je zeker dat je de volgende dag niets meer hoort 🙂 🙂  , dat is kerst op zijn Jamaicaans.

Na de kerst gaan we naar Kingston om te kijken wat we voor ons pakketje moeten regelen. Route taxi naar Morant Bay en daarna de bus naar Kingston, in deze bus kunnen 20 mensen maar uiteindelijk zitten er 35 in gepropt. Ach, duurt maar een uurtje naar Kingston. Daar nemen we de taxi naar het FedEx kantoor, we spreken 700JA$ af en als we afgezet worden is 600JA$ ook genoeg zegt Gary ???? Prima, maar echt snappen doen we het niet. Bij FedEx worden we doorgestuurd naar het vliegveld waar ons pakketje ligt, probeer maar of je het mee kunt krijgen maar zonder Jamaicaans taxnummer zal dat niet makkelijk worden. Met de taxi naar het vliegveld aan de zakelijke kant dus een taxi terug zal lastig te krijgen zijn en we vragen Mr. Stewart of hij even op ons kan blijven wachten. En dat blijkt uiteindelijk onze redding te worden. Mr. Stewart heeft wel een taxnummer en de vriendelijke douane beambte stelt voor dat wij dat lenen. Mr. Stewart vindt dat geen probleem, het zal toch niet zolang duren wel? Nee, met zijn taxnummer krijgen we de “verkorte” procedure 🙂 . En dan begint het, loket één: formulier invullen en ondertekenen, loket twee: formulieren afleveren, terug naar één: betalen, door naar drie en daar wachten, wachten, wachten tot je aan de beurt bent. Daar wordt het pakket opengemaakt en de te betalen belasting bepaald. Door naar loket vier: betalen, terug naar drie: pakketje ophalen dan naar de mevrouw bij vijf: formulier inleveren dat je het pakketje hebt gekregen en natuurlijk even laten zien wat het is. Twee uur later staan we buiten en moeten we langs de ATM want het geld is op en de taxi moeten we nog betalen. We laten ons afzetten in Orange Street, enorme drukke marktstraat in Down Town Kingston, je gaat op in de mensen massa 🙂 , waar we de bus terug kunnen nemen naar Morant Bay. De volgende dag bouwen we de MDI in en ……. Hij doet het niet, na nog een keer alles te hebben nagelopen blijken we een connector niet goed te hebben aangedrukt en daarna ….. druk op de knop en de motor wordt gestart. Wij gaan goed het nieuwe jaar in met een motor die met één druk op de knop start.

Voor iedereen de beste wensen en een fantastisch en gezond 2018.